Onderwijs nieuws

Nationale Studenten Enquête

Maart 2017

De Nationale Studenten Enquête. Een onderwerp wat misschien vaker voorbij komt in je mailbox dan je lief is. Maar wat is de Nationale Studenten Enquête eigenlijk? Het is een van de belangrijkste landelijke onderzoeken naar de kwaliteit van de opleiding in het hogere onderwijs. Elk jaar wordt dan ook een enquête onder alle studenten in Nederland uitgezet. Het is een manier om te meten hoe het gaat met het hoger onderwijs en de student. Aan het einde van het collegejaar worden de resultaten geanalyseerd en geïnterpreteerd door de kwaliteitszorgmedewerkers van elke opleiding.

Hoe vergelijk je de faculteiten met elkaar, wat is je refentie kader dan? Allereerst er een benchmark opgesteld aan de hand van het gemiddelde van alle resultaten. Alle gegevens zullen vergeleken worden met de benchmark waardoor er een resultaat uit komt. Dit is dus een resultaat ten opzicht van de andere steden.

Wat wordt er precies met de resultaten gedaan? Aan de hand van de resultaten van deze enquête worden actiepunten opgesteld waar de opleiding mee aan de slag gaat. Ook worden er prioriteiten aangebracht in deze actiepunten lijst. Er wordt dus daadwerkelijk input gehaald uit jullie antwoorden.

Daarnaast worden (een deel van) de resultaten gebruikt bij het bepalen van beste opleiding van Nederland zoals zowel NSE als Elsevier jaarlijks doen. Deze scores komen niet overeen omdat er verschillende resultaten meegenomen worden.  Zo stond onze geneeskunde opleiding in Rotterdam afgelopen jaar bij Elsevier weer op nummer 1 en bij NSE op nummer 3.

Kortom is het dus in het grote belang van de studenten en van de faculteiten om een zo hoog mogelijke respons te bereiken zodat er een eerlijk en breed beeld van de wens van de gehele studentengroep ontstaat. Laat je stem horen!


nse2017_460px.png

Tips voor het vinden van een plek om masteronderzoek te doen

Februari 2017

Het vinden van een geschikt onderwerp :

Je gaat 21 weken full time besteden aan je masteronderzoek. Het is dus belangrijk dat je een onderwerp kiest wat je interesseert.  Denk ook na over het soort onderzoek wat je zou willen doen. De meeste studenten hebben een voorkeur voor  patiëntgebonden of epidemiologisch onderzoek. Maar denk ook aan mogelijkheden om bijvoorbeeld medisch biologisch onderzoek te doen in een laboratorium, of ethisch, psychologisch of medisch-onderwijskundig onderzoek.

Op sin-online staat een overzicht van onderwerpen voor masteronderzoek. In de meeste gevallen zijn dit beschikbare plaatsen, hoewel het kan voorkomen dat de plek al bezet is.  Het zijn zeker niet de enige mogelijkheden. Als je interesse hebt in een bepaald onderwerp of een bepaalde afdeling kun je soms via de intranet van de afdeling zien wat voor onderzoekslijnen er zijn. Je kunt verder het best contact opnemen met de afdeling en navraag doen over mogelijkheden. Je vindt een lijst met afdelingscoördinatoren en hun contactgegevens op sin-online.

Zoek via google of pubmed informatie over het onderwerp om na te gaan of het je echt interesseert. Kijk ook wat de afdeling of de groep die je op het oog hebt verder onderzoek doet. Zoek bv. de laatste 5 of 10 publicaties van de groep en kijk of die je interesseren.

Misschien wil je wel naar het buitenland van je onderzoek. Als je een idee hebt over het onderwerp kun je contact te zoeken met de afdelingscoördinator van een afdeling in het Erasmus MC waarvan je vermoedt dat die affiniteit heeft met het onderwerp.  Misschien kun je via hun bij een van hun internationale connecties aan de slag.  Gonny Pasaribu heeft een goed overzicht van plekken waar Erasmus MC studenten eerder geweest zijn. Een afspraak met haar kan dus ook helpen om een plek te vinden. Tot slot kun je zelf op zoek gaan naar een plek, via-via of door zelf contact te leggen.  Het is raadzaam hier vanaf het begin een staflid van Erasmus MC bij te betrekken. Tot slot van rekening zal een arts of onderzoeker in het Erasmus MC officieel je beoordelaar zijn, ook als je in het buitenland zit.

Zorg dat je altijd je (dagelijks) begeleider te spreken krijgt van te voren. Je krijgt dan een beter idee van wat het onderzoek in gaat houden. Het is belangrijk dat je met een gevoel van vertrouwen begint aan je onderzoek.  Tijdens dat gesprek kun je ook vragen naar de historie van het onderzoek en de huidige status. Vraag wat jouw rol wordt in het onderzoek. Als je het gevoel hebt dat er onzekerheden zijn, bv of het materiaal wel aanwezig is of er wel voldoende patiënten geïncludeerd zijn of kunnen worden, vraag hier dan naar en kijk of er back up mogelijkheden zijn. 

Praat met  studenten of ex-studenten die hun MOZ al gedaan hebben. Waar zaten ze? Wat vonden ze leuk en wat viel tegen?  Deze informatie kan nuttig zijn als je zelf een plek gaat zoeken.

Begin tijdig met zoeken en contact leggen!  Het is niet raar als je een half jaar of een jaar van te voren bij een afdeling aanklopt. Sommige afdelingen hebben beperkt plaats en als je laat bent kan het vol zitten. Communiceer wel duidelijk over wanneer je denkt te kunnen beginnen met het onderzoek.


Inbedding in de afdeling en begeleiding:

Je gaat 21 weken op een afdeling aan je onderzoek werken. Dat is een lange periode.  Het is fijn als je collega's hebt om samen mee te pauzeren. Maar collega's kunnen je ook helpen met allerlei (inhoudelijke en procedurele) vragen en je kunt veel leren van hoe zij hun werk doen.

Ga na of  de afdeling ervaring heeft met master studenten. Vraag ook of je betrokken wordt bij wetenschappelijk overleg, werkbesprekingen, lezingen en journal clubs. Vraag of er een plaats is waar je kunt werken (krijg je een bureau op de afdeling?). Als je tussen andere onderzoekers zit steek je een hoop op. Vraag hoe vaak je je begeleider ziet. Een keer per week is een absoluut minimum. Als de begeleider er niet is of niet beschikbaar is, is er dan een vervangende begeleider?

In veel gevallen zal een onderzoeker in opleiding of een artsonderzoeker die bezig is met promotieonderzoek je begeleider zijn. Dit heeft voordelen omdat ze iha beter bereikbaar zijn en meer concreet met het onderwerp bezig zijn. Vraag wel hoe het (senior) staflid dat verantwoordelijk is voor jouw onderzoek bij je onderzoek betrokken is en wanneer je die ziet.


Verdere voorbereiding:

Lees de handleiding Master Onderzoek die op sin-online staat door. Hier in staat nuttige achtergrond informatie over de eisen en procedures rond om masteronderzoek. Maar je vindt hierin ook de beoordelingscriteria voor je verslag, presentatie en functioneren.

Als je kiest voor onderzoek in het buitenland relaliseer je dan dat dat extra kosten met zich mee brengt. Je moet zelf een verblijfplaats regelen, soms een visium en verzekering. Er zijn mogelijkheden voor beurzen (voor informatie: drs. Gonny Pasaribu).


Voor of na de coschappen?

Dit is een hele persoonlijke keus. Door de loting voor de coschappen is het soms tijd-technisch handig om het MOZ eerst te doen. Het kan een voordeel zijn dat je dit hebt afgesloten voordat je de kliniek in gaat. Ook zou je event. wachttijd tussen MOZ en coschappen kunnen opvullen met "verder afronden" van het onderzoek en je hiermee positief zichtbaar maken bij de afdeling.

MOZ in het laatste masterjaar kan een voordeel hebben als je aan het begin van de master nog echt niet weet welke kant je op wilt. Als je het in je laatste masterjaar doet, kun je het combineren met oudste en keuze-coschappen om een goed profiel te maken voor de afdeling waar je later zou willen specialiseren. Voor sommige patiëntgebonden onderzoek kan het een voordeel zijn als je wat meer handelingen kunt doen, maar in de regel is dit geen beperking.


Actiedag DitDoetDeCo

Oktober 2016

Beste studenten,

Velen van jullie hebben meegewerkt aan de actiedag van DitDoetDeCo. Misschien hebben jullie de aftermovie al gezien, maar hier nog een update van de landelijke werkgroep wat er verder mee bereikt is. De werkgroep is een samenwerking van het LMSO, LOCA en De Geneeskundestudent. Lees hieronder hun verslag!

Op 27 oktober was de DitDoetDeCo actiedag. Wat is er daarna eigenlijk allemaal gebeurd? Op vrijdag 28 oktober heeft de werkgroep gesproken met Minister Bussemaker. Na meermaals te hebben gezegd dat ze onder de indruk was van onze actie bleef ze, niet geheel onverwachts, bij haar standpunt. Ondanks de vele goede argumenten en zorgwekkende cijfers, ziet ze het probleem simpelweg niet. Daarmee was het echter nog niet klaar. Een paar dagen later stemde de Tweede Kamer over de ingediende moties. We hebben de Kamerleden van beide kamers daarvoor ingelicht over ons gesprek met de Minister. Tijdens het stemmen bleek dat in tegenstelling tot D66 en GroenLinks (als invoerders van het leenstelsel), de PvdA en VVD niet wilden inzien dat geneeskundestudenten in een lastige positie zitten. Bijna alle partijen hebben voor de motie gestemd, behalve de regeringspartijen.

Dat deze specifieke moties niet gesteund werden betekent niet dat moties in de toekomst geen kans van slagen hebben. Door de enorme aandacht voor de actiedag staat het onderwerp sterk op de politieke agenda. Verschillende partijen uit zowel de Eerste als de Tweede Kamer hebben aangegeven met dit onderwerp door te gaan. Wij hebben er dan ook vertrouwen in dat er uiteindelijk een vorm van een tegemoetkoming voor coassistenten gaat komen, maar het zal wel een zaak worden van de lange adem. Dat neemt niet weg dat er de afgelopen weken veel is bereikt. De bewustwording die door de actiedag is gecreëerd zal ook voor de toekomst van belang zijn. Voor nu blijven we in contact met de politieke partijen die het probleem ook zien en blijven we ons actief inzetten voor de geneeskundestudenten. We zijn namelijk dichterbij dan ooit! Hoe en wat exact? Daar houden we je van op de hoogte via Facebook (dus like onze pagina)!

We kunnen met z’n allen enorm trots zijn op wat we gezamenlijk hebben bereikt. Wij als werkgroep willen graag iedereen nogmaals onwijs bedanken voor jullie inzet en we houden jullie graag op de hoogte van alle vorderingen het komende jaar.

14560046_1448533461842903_5457771108291277985_o.jpg